Jeannette Oude Nijhuis: sterke dame in de Schilderswijk

Jeannette Oude Nijhuis is een dame op leeftijd. Dankzij haar uiterlijk en energieke uitstraling oogt ze jonger dan ze is (77). Fysieke problemen, aan schouders en rug, doen daar niets aan af. En ze heeft ook geen makkelijk leven achter de rug. ‘Maar ik blijf vechten tot het niet meer gaat. Mijn sterrenbeeld is leeuw.’



Jeannette werd geboren in de Looijerstraat in het centrum van Den Haag, vlakbij de Zuidwal. In deze buurt groeide ze ook op. Door omstandigheden kwam ze al vroeg op eigen benen te staan. 

Jeannette werkte onder meer in een krokettenfabriek, als strijkster bij een steenrijke, zwaar verslaafde weduwe in Wassenaar en als serveerster bij de vermaarde Haagse lunchroom Rutex in de Spuistraat. 

Ze trouwde met de eigenaar van een bar. Uit dat huwelijk kreeg ze een zoon. Jeannette werkte hard mee in de horeca-onderneming, waarvan ze mede-eigenares werd. Haar tweede huwelijk duurde slechts negen maanden. Ook daaraan hield ze een zoon over.
 
Jeannette zou daarna niet meer trouwen. Ze ging wel een nieuwe (lat-)relatie aan, met een landbouwkundig ingenieur. ‘Een keurige man.’ Hij hielp haar met verhuizen en het inrichten van haar woning in de Rembrandtstraat. De laatste dertien jaar van zijn leven was hij ziek en zat hij in een rolstoel. Jeannette heeft hem al die jaren bij haar thuis verzorgd. ‘Ik vond dat ik iets terug moest doen.’
Sinds 2002 woont Jeannette weer alleen.
 
Jeannette woont al sinds 1974 in de Schilderswijk. Ze startte in de Rembrandtstraat. ‘Daar was het gezellig. We vierden buiten verjaardagen. En ik organiseerde straatfeesten voor de buurtkinderen.’

In 1982 kwam ze in een nieuwe woning in de Van Ostadestraat terecht. Jeannette woont er nog steeds met veel plezier. ‘Ik vind m’n huis mooi, heb een tuintje en een vogel. En ik vind de Schilderswijk wel mooi geworden na de stadsvernieuwing. Veel mensen hebben een verkeerd beeld van de wijk. Het is een goeie wijk en er wonen goeie mensen.’

Ze kan met alle buren goed opschieten. Er wonen mensen van allerlei nationaliteiten om haar heen, zoals Somaliërs, Turken, Hindoestanen, Marokkanen en Egyptenaren. ‘Als ik wil, kan ik bij iedereen aan tafel aanschuiven. En eenmaal op bezoek, willen ze dat je zo lang mogelijk blijft. Dat is wel leuk hoor.’
 
Jeannette zorgt zelf voor een gezellig portiek. Dat doet ze door bloemetjes neer te zetten en een schilderijtje op te hangen. ‘Dat vind ik gezellig.’ Als anderen bijvoorbeeld rommel maken, spreekt ze hen er op aan. ‘Dat heb ik altijd gedaan. De meeste mensen durven dat niet. Maar ik heb m’n bekkie wel bij me!’
 
Soms zorgen hangjongeren op het Hannemanplantsoen ’s nachts voor overlast. ‘Ik word wel eens wakker van ze.’
‘Ik heb hier veel meegemaakt. Veel mensen heb ik zien komen en gaan. Twee jaar geleden ben ik beroofd van een ketting. En eind 2013 is er ingebroken in mijn woning. Ze hebben in alle laadjes gezocht, oorbellen gestolen en dergelijke. Dat was tot nu toe de enige keer. Maar de schrik zit er dan wel goed in, hoor.’ 
 
Haar woning ziet er keurig uit. Hetzelfde geldt voor de tuin, die haar ‘groene vingers’ verraadt. Tuinieren is inderdaad een hobby van Jeannette, al heeft ze er niet veel tijd voor.
Sinds drieënhalf jaar ondersteunt ze namelijk een vriend. Hans heeft Altzheimer en woont in een verzorgingshuis. Jeannette gaat bijna dagelijks bij hem op bezoek. ‘Hij wil dat zo graag. Soms pakken we een terrasje en eten we samen een ijsje. “Je bent een geschenk uit de hemel”, zegt hij vaak. Hij belt me zelfs ’s nachts wel eens. Dan schrik ik me rot.’
Anderen constateren wel eens dat Jeannette haar roeping is misgelopen.
 
Jeannette wil zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, in de Van Ostadestraat. ‘Ik ben erg honkvast en zou opzien tegen een verhuizing. Ik ga hier dan ook niet weg. Mijn jongste zoon zou willen dat ik in Alphen kom wonen. Maar dat doe ik niet. Ze zullen me hier uit moeten dragen.’