“Onze eerste woning kregen we op de dag van de zwaarste Elfstedentocht allertijden"

Joop (84) en Elly (81) zijn zo’n zestig jaar huurders van Haag Wonen. In al die jaren hebben ze op verschillende plekken in de stad gewoond, waarvan de laatste veertig jaar in Loosduinen. Ze wonen fijn, zo met z’n tweetjes, vertellen ze thuis tijdens een Haags bakkie. “Zo lang we nog goed ter been zijn, gaan we hier niet weg.”

Hoofdartikel_Joop-en-Elly-(2).jpg

Elfstedentocht

Joop weet het nog precies, de dag dat hij en Elly een eigen woning kregen: “Het was 18 januari 1963 en de Elfstedentocht werd gereden. De zwaarste allertijden, bleek achteraf. En kóud dat het was! Elly en ik waren in de twintig, twee jaar getrouwd en hadden een zoon van anderhalf. Het was de dag dat we van één kamer bij iemand in huis naar een driekamerwoning gingen.”

Blijven huren

“Dat was een verademing”, vertelt Elly. “Toch wilden we graag snel naar een grotere woning; er was een tweede kindje op komst. Maar het lukte niet om de juiste vergunning te krijgen. De kinderen sliepen op één kamer in een stapelbed. Pas na negen jaar gingen we naar een grotere woning aan het Eeldepad. Dat was erg gezellig wonen. Er was een grote gemeenschappelijke tuin, we keken uit op een klooster en hadden zowel voor als achter een balkon. Na zes jaar verhuisden we naar Loosduinen, naar ons huidige huis.” Joop: “We wilden graag kopen, maar we voldeden net niet aan alle voorwaarden. Ons inkomen was te hoog; het scheelde een paar honderd gulden. Daarna zijn we altijd blijven huren.” 

Achterlichtje 

Beiden zijn opgegroeid in Den Haag en woonden in hun tienerjaren in het Statenkwartier. Daar liepen ze elkaar tegen het lijf. Elly: “Ik was vaak bij een gemeenschappelijke vriend om plaatjes te draaien. Voornamelijk jazz, daar was ik dol op. Op een avond was Joop er ook. Toen ik naar huis wilde, brandde mijn achterlichtje niet. Joop zei: ‘Ik maak het wel voor je, ik ben de zoon van een fietsenmaker’. Bleek achteraf ook dat al die platen van hem waren. Hadden we meteen wat om over te praten. Nu, 65 jaar later, zijn we nog niet uitgepraat”, lacht ze. 

Thuis in Loosduinen en in Spanje

Hoewel ze overal met plezier hebben gewoond en Joop nog steeds een zwak heeft voor het Statenkwartier - “Je liep zo naar het strand en de haven, of de gezellige Frederik Hendriklaan, waar mijn vader een zaak had en iedereen je kende”- is Loosduinen nu echt hun plekje. “We voelen ons hier veilig, er heerst een dorps gevoel, de buren zijn aanspreekbaar, het is groen, er is goed openbaar vervoer en er zijn veel winkels. Bovendien wonen er veel jonge gezinnen. Dat houdt je jong.” 

Ook in Spanje, waar ze ieder jaar zo’n vier maanden overwinteren, voelen ze zich inmiddels erg thuis. “We komen al twintig jaar op dezelfde plek. Het is echt ons tweede vaderland; mijn familie komt oorspronkelijk uit Almería”, vertelt Joop enthousiast. “Het Spaanse volk is warm en hulpvaardig. We spreken zelf ook een woordje Spaans. Als we daar zijn, zijn we actiever en gaan we vaak wandelen. De dokter zei eens: ‘Weet je waarom jullie er zo goed uitzien en lekker oud worden? Omdat je overwintert.’”

Ruimte voor verbetering

Over het algemeen zijn ze erg tevreden met hoe ze leven. Maar zijn er ook dingen die ze anders zouden willen zien? Joop: “Als ik burgemeester van Den Haag zou zijn, zou ik zorgen voor meer blauw op straat. Een wijkagent die de buurt en de bewoners goed kent. Die met een fiets door de wijk gaat. Wat betreft de woning zou ik meer aandacht willen voor isoleren, verduurzamen en klaarmaken voor de toekomst. Vanwege de kosten, maar ook voor het milieu.” 

“Maar”, besluit Elly, “ik moet zeggen dat we op dit moment weinig te klagen hebben. We zijn dan niet de jongsten meer, maar we leven hier samen heerlijk.”